
vangen- een weggelopen persoon of een dier vangen, aanhouden
eine entlaufende Person oder ein Tier fangen, festnehmen
vastleggen- een bepaalde stemming of bijzondere eigenschap vasthouden
eine bestimmte Stimmung oder besondere Eigenschaft festhalten
oplopen- met een besmettelijke ziekte besmet raken
sich mit einer ansteckenden Krankheit infizieren