
afranselen- iemand of iets slagen toebrengen
jemandem oder etwas Hiebe versetzen
inslaan- met kracht op een oppervlak treffen en dit doorbreken
mit Wucht auf eine Oberfläche auftreffen und diese durchbrechen
heien- iets door slagen in een oppervlak indrijven
etwas in eine Oberfläche durch Schläge hineintreiben
inbeitelen
Schrift oder Ornamente in eine Oberfläche mit Hilfe eines Meißels einbringen
stukslaan- iets door bot geweld vernielen
etwas durch stumpfe Gewalteinwirkung zerstören
inpakken- iets omwikkelen of omhullen
etwas umwickeln oder einhüllen
akkoord gaan- (door handslag) instemmen
(durch Handschlag) zustimmen
kiezen- de beweging in een bepaalde richting veranderen
die Bewegung in eine bestimmte Richtung ändern
kappen- (een bepaalde hoeveelheid) hout vellen
(bestimmte Menge) Holz fällen
omvouwen- de zoom van textiel omslaan, vouwen en verkorten
den Saum von Textilien umlegen, falten und verkürzen
inkuilen- planten met naakte wortels of stekken voorlopig met wat vochtige aarde bedekken
wurzelnackte Pflanzen oder Ableger vorläufig mit etwas feuchter Erde bedecken
aanslaan- weerklank vinden, succes hebben
Anklang finden, Erfolg haben