
klaar- tot een einde gebracht, tot een afsluiting gebracht
zu Ende geführt, zu einem Abschluss gebracht
op- ten einde gekomen; van iets is niets meer over
zu Ende gegangen; von etwas ist nichts mehr da
gaar- serveerklaar gegaard
servierfertig gegart
uitgeput- niet in staat om nog prestaties te leveren, volkomen uitgeput zijn, helemaal kapot zijn, erg moe zijn
unfähig, weiter Leistung zu erbringen, völlig erschöpft sein, völlig kaputt sein, sehr müde sein
bedreven- een vaardigheid beheersend
eine Fertigkeit beherrschend