
heel- niet gebroken, onbeschadigd
nicht zerbrochen, unversehrt
geheel- alles ervan, niet slechts een deel
alles davon, nicht nur ein Teil
slechts- alleen, amper
nur, gerade mal
helemaal- volledig, ronduit
völlig, geradezu
heel- zeer (benadrukt)
sehr (betont)
vrij- enigszins, betrekkelijk, vrij (onbeklemtoond)
einigermaßen, relativ, recht (unbetont)