
stokken- een voortgang, een beweging doen ophouden
einen Fortgang, eine Bewegung anhalten
stollen- een vloeistof wordt vast
eine Flüssigkeit wird fest
beschimmelen- door vochtigheid schade oplopen
durch Feuchtigkeit Schaden nehmen
groeien- staan, groeien
stehen, wachsen
boucharderen- een steenoppervlak door bewerking met de hamer opruwen
eine Steinoberfläche durch Hammer-Bearbeitung aufrauen