
afpakken- ongeoorloofd in zijn bezit brengen
unerlaubterweise in seinen Besitz bringen
weghalen- iets verwijderen van de plaats waar het ligt of staat
etwas von dem Ort entfernen, an dem es liegt/steht
nemen- iets nemen van wat aangeboden klaarligt
sich etwas von dem greifen, was angeboten daliegt
verminderen- minder laten worden, verminderen
weniger werden lassen, reduzieren
innemen- voor zich opeisen
für sich beanspruchen