
bok- mannelijk dier van schaap en geit of reewild, alsmede van knaagdieren zoals cavia's, ratten, muizen, konijnen
männliches Tier von Schaf und Ziege oder Rehwild, sowie von Nagetieren wie Meerschweinchen, Ratten, Mäusen, Kaninchen
boktor- boktor (in het bijzonder de huisboktor)
Bockkäfer (insbesondere den Hausbock)
schraag- een vierbenig of klompvormig onderstel
ein vierbeiniges oder klobiges Gestell
zin- lust, interesse, deelname
Lust, Interesse, Teilnahme
ouwe bok- een seksueel actieve man
ein sexuell aktiver Mann
bergschoen- hoge stevige schoenen of laarzen
hohe feste Schuhe oder Stiefel
koetsiersbok- verhoogde zitplaats van de koetsier op een koets
erhöhter Sitzplatz des Kutschers auf einer Kutsche
bokbier- bier met een stamwortgehalte van meer dan 16%
Bier mit einem Stammwürzegehalt über 16 %