Partikel, die das Element des Satzes, dem sie zugeordnet sind, besonders hervorhebt
In dem Satz „Als Begleitperson war nur der Klassenlehrer dabei.“ ist „nur“ eine Fokuspartikel, die die Wortgruppe „der Klassenlehrer“ hervorhebt.
In de zin „Als begeleider was alleen de klassenleraar erbij.“ is „alleen“ een focuspartikel dat de woordgroep „de klassenleraar“ benadrukt.
„Fokuspartikeln bilden zusammen mit ihrem Bezugselement das Zentrum einer Aussage, also den Teil des Satzes mit dem höchsten Mitteilungswert.“
„Focuspartikels vormen samen met hun betrekkingselement het centrum van een uitspraak, dus het deel van de zin met de hoogste informatiewaarde.“