
lepel- deel van het bestek om te scheppen, te roeren, om vloeistoffen op te nemen, in het bijzonder van brij, dranken, moes, soepen en sauzen; kort voor eetlepel, koffielepel of theelepel
Teil des Bestecks zum Schöpfen, Rühren, Aufnehmen von Flüssigkeiten, insbesondere von Breien, Getränken, Mus, Suppen und Soßen; kurz für Esslöffel, Kaffeelöffel oder Teelöffel
dieroor- oren van dieren, vooral bij hazen en konijnen
Ohren von Tieren, besonders bei Hasen und Kaninchen
oor- oren (bij de mens)
Ohren (beim Menschen)
scheplepel- technisch apparaat om te scheppen, te grijpen, af te meten, op te nemen en te roeren en voor het vervoer van vloeistoffen en losse goederen (brij, deeg, mortel, aarde)
technisches Gerät zum Schöpfen, Greifen, Abmessen, Aufnehmen und Rühren sowie den Transport von Flüssigkeiten und losen Gütern (Brei, Teig, Mörtel, Erde)
lepelmaat- als keukenmaat/hoeveelheidsaanduiding voor eetlepel of theelepel
als Küchenmaß/Mengenangabe für Esslöffel oder Teelöffel
fairwaywood- variant of type van de golfclub
Variante oder Typ des Golfschlägers
domkop- gek, domkop
Narr, Dummkopf