Zum Nachtessen gibt es heute einen besonders guten Wein.
Bij het avondeten is er vandaag een bijzonder goede wijn.
„Chantal, im nilgrünen Seidengewand, die Haare hochgebunden, hat im Esszimmer das Nachtessen bereiten lassen.“
“Chantal, in een zeegroen zijden gewaad, het haar opgestoken, heeft in de eetkamer het avondeten laten bereiden.”