schreeuw- plotseling uitgestoten, luide roep als reactie op uiterlijke of innerlijke prikkels
ein plötzlich ausgestoßener, lauter Ruf als Reaktion auf äußere oder innere Reize
Ein Schrei war zu hören, als wir uns vorsichtig dem dunklen Gebäude näherten.
Er was een schreeuw te horen toen we ons voorzichtig naderden tot het donkere gebouw.
Nur ein kurzer Schrei, und dann das erbärmliche Weinen eines Kindes, durch die Wände gedämpft.
Slechts een korte schreeuw, en dan het erbarmelijke huilen van een kind, gedempt door de muren.
2
rage- verlangen naar iets of iemand
Verlangen nach etwas oder jemandem
Lila mit grün gestreift ist jetzt der neueste Schrei.
Lila met groene strepen is nu de nieuwste rage.
„Er war schlank, ja fast schmächtig, trug entsprechend dem letzten Schrei der Pariser Mode einen hellbraunen Frack, eine weiße Seidenweste, einen braunen Seidenschlips und großkarierte Beinkleider.“
“Hij was slank, ja bijna tenger, en droeg volgens de laatste rage van de Parijse mode een lichtbruine rokjas, een wit zijden vest, een bruine zijden das en een grootgeruite broek.”