struik- laag houtgewas zonder hoofdstam, groeivorm van planten zonder centrale stam
niedriges Gehölz ohne Hauptstamm (Wuchsform von Pflanzen ohne zentralen Stamm)
Johannisbeeren wachsen an Sträuchern.
Aalbessen groeien aan struiken.
„Nachdem die Kirschlorbeerhecke komplett entfernt worden ist, wird der Boden bereit gemacht für die Neupflanzung einer Hecke mit einheimischen Sträuchern.“
“Nadat de laurierkershaag volledig verwijderd is, wordt de grond klaargemaakt voor het opnieuw planten van een haag met inheemse struiken.”