
opgeven- iets zinloos beëindigen, ophouden, stopzetten; iets beëindigen hoewel de zin juist in het doorgaan ligt
etwas Sinnloses beenden, aufhören, einstellen; etwas beenden, obwohl der Sinn im Weitermachen besteht
opdragen- iemand (iets) opgeven: iets ter afhandeling opdragen, tot taak maken
jemandem (etwas) aufgeben: etwas zur Erledigung auftragen, zur Aufgabe machen
afgeven- iets ter verzending of behandeling overhandigen
jemandem etwas zur Beförderung oder Bearbeitung übergeben
verloren achten- geen hoop meer hebben op genezing/redding van iemand, iemand als dood/verloren beschouwen
keine Hoffnung mehr auf Genesung/Rettung von jemandem haben, jemanden als tot/verloren betrachten