
toedekken- iets over iets/iemand leggen (vaak ter bescherming tegen bijvoorbeeld kou of blikken)
etwas über etwas/jemanden legen (oft zum Schutze vor zum Beispiel Kälte oder Blicken)
bedekken- op iets liggen
auf etwas liegen
huiven- de roofvogel de kap (huik) opzetten
dem Beizvogel die Kappe (Haube) aufsetzen
vastgrijpen- een zeug grijpen en vasthouden
eine Sau packen und festhalten
dekken- bevruchten
begatten