Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
davonmachen
[daˈfɔnˌmaxn̩]
Werkwoord
Definities
1
weggaan
- een plaats verlaten
einen Ort verlassen
So gegen zehn hat sie sich dann still und heimlich
davongemacht
.
Zo rond tienen is ze er toen stilletjes vandoor gegaan.
Vorsichtig schlichen sie dem sich davonmachenden Pärchen hinterher.
Voorzichtig slopen ze achter het stel aan dat zich stiekem uit de voeten maakte.
2
heengaan
- sterven
sterben
„Wo bist du jetzt, Ernst? Bist du noch in der Nähe, oder hast du dich schon
davongemacht
in eine andere Welt.“
“Waar ben je nu, Ernst? Ben je nog in de buurt, of ben je al heengegaan naar een andere wereld.”
Synoniemen
abhauen
abziehen
davongehen
entfernen
sterben
verlassen
verschwinden
weggehen
Antoniemen
bleiben
Werkwoord