
inrijgen- een draad door het oog van een naald halen; iets draadachtigs, bandvormigs in een daarvoor bestemde opening brengen
einen Faden durch ein Nadelöhr führen; etwas Fadenähnliches, Bandförmiges in eine vorgesehene Öffnung einführen
regelen- iets slims op touw zetten, op handige wijze de weg voor iets bereiden
etwas schlau anbahnen, auf geschickte Weise den Weg für etwas bereiten
invoegen- in stromend verkeer van rijstrook wisselen, zich in een rij auto’s voegen
im fließenden Verkehr die Fahrspur wechseln, sich in eine Autoschlange einreihen
blijven haken- met een ski aan een van beide palen van de poort blijven haken en zo de poort niet correct passeren (vooral bij slalom)
mit einem Ski an einer der beiden Torstangen hängen bleiben und somit das Tor nicht korrekt passieren (besonders beim Slalom)