
ontvallen- uit de hand vallen
aus der Hand fallen
vervallen- wegvallen, overbodig worden, niet meer in aanmerking komen
wegfallen, sich erübrigen, nicht mehr in Betracht kommen
ontschieten- vergeten worden, uit het geheugen verdwijnen, uit het geheugen verloren gaan
vergessen werden, aus dem Gedächtnis schwinden, aus dem Gedächtnis verloren werden
toevallen- iemand of iets ten deel vallen, van toepassing zijn
jemandem oder einer Sache zuteil werden, zutreffen