
pakken- iets met de hand nemen
etwas mit der Hand nehmen
oppakken- iemand vastpakken, gevangennemen
jemanden fassen, gefangen nehmen
grijpen naar- de hand naar iemand/iets uitstrekken om hem/het aan te raken, te pakken
die Hand nach jemandem/etwas ausstrecken, um ihn/es zu berühren, zu ergreifen
bespelen
zum Klingen bringen
aanslaan- het gewenste resultaat tonen
das gewünschte Resultat zeigen
grijpen- vast aansluiten, vastklikken, voldoende wrijvingsweerstand hebben
fest aufliegen, einrasten, genügend Reibungswiderstand haben
inschatten- een schatting geven
einen Schätzwert abgeben