
vangen- iemand (of een dier in het wild) na een voorafgaande jacht vangen en in bewaring nemen
jemanden (oder ein Tier in freier Natur) nach vorausgegangener Hatz fangen und in Gewahrsam, Verwahrung nehmen
grijpen- iemand of iets snel (met de handen [of, bij dieren, andere grijporganen]) te pakken krijgen
jemanden oder etwas schnell (mit den Händen [oder, bei Tieren, sonstigen Greifwerkzeugen]) zu fassen bekommen
tikkertje spelen- elkaar (in het spel achternalopen en) proberen te vangen; tikkertje spelen
einander (im Spiel nachlaufen und) zu fangen suchen; Haschen spielen
grijpen naar- (de handen [of, bij dieren, andere grijporganen]) snel naar iemand of iets uitstrekken om hem of het (met een bepaalde bedoeling, voor een bepaald doel) te grijpen (te proberen te grijpen)
(die Hände [oder, bei Tieren, sonstige Greifwerkzeuge]) schnell nach jemandem oder etwas ausstrecken, um ihn oder es (in bestimmter Absicht, zu einem bestimmten Zweck) zu ergreifen (suchen)
bejagen- begerig naar iets streven
gierig nach etwas trachten
blowen- hasjiesj roken of anderszins gebruiken
Haschisch rauchen oder anderswie konsumieren