
afnemen- minder intens worden; aan sterkte verliezen, zwakker worden
weniger intensiv werden; an Stärke verlieren, schwächer werden
verlagen- de prijs van iets verlagen
den Preis von etwas reduzieren
kwijtschelden- kwijtschelden, van rechten of vorderingen afzien
erlassen, auf Rechte/Forderungen verzichten
vieren- (een lijn, een touw, teugels) ontspannen
(eine Leine, ein Seil, Zügel) entspannen
nalaten- iets vererven
etwas vererben
volhouden- iets in geen geval opgeven; bij iets volhardend blijven
etwas auf keinen Fall aufgeben; bei etwas hartnäckig bleiben