
rollen- zich tijdens een voor- of achterwaartse beweging om de eigen as draaien; de beweging van een wiel
während einer Vor- oder Rückwärtsbewegung sich selbst um die eigene Achse drehen; die Bewegung eines Rades
voortrollen- iets bewegen zoals [1]
etwas wie [1] bewegen
rijden- iets verplaatsen dat cilindrisch gevormd is of op rollen staat
etwas bewegen, das zylindrisch geformt ist oder auf Rollen steht
slingeren- de dwarsscheepse beweging van een schip of boot bij golfslag
die längsseitige Bewegung eines Schiffes oder Bootes bei Wellengang
tieren- het kwelen van een vogel
das Trällern eines Vogels
foppen- iemand om eigen voordeel of tot algemeen vermaak een onwaarheid vertellen, zich over iemand vrolijk maken
jemandem zu seinem eigenen Vorteil beziehungsweise zur allgemeinen Belustigung eine Unwahrheit erzählen, sich über jemanden lustig machen
rollende r spreken- uitspraak van de letter ‘r’ met trilling van de tongpunt of trilling van de huig
Aussprache des Buchstaben "r" mit Vibrieren der Zungenspitze oder Vibrieren der Uvula
dreunen- een luid geluid voortbrengen
ein lautes Geräusch erzeugen
oprollen- in een ronde vorm brengen, geraken
in eine runde Form bringen, geraten
inrollen- iets door draaien inpakken
etwas durch Drehen einpacken