
vuren- een schot lossen
einen Schuss abgeben
raken- met een schot treffen
mit einem Schuss treffen
trappen- een bal (met de voet) verplaatsen
einen Ball (mit dem Fuß) fortbewegen
afschieten- doden door jacht
erlegen
razen- zich met hoge snelheid bewegen
mit hoher Geschwindigkeit bewegen
fotograferen- een foto maken
ein Foto machen
opschieten- (snel) groeien
(schnell) wachsen
bemachtigen- (voordelig) verwerven
(günstig) erwerben
shooten- oplossen van een randwaardeprobleem door integratie van de ene rand naar de andere met een aangenomen integratieparameter en het gericht variëren daarvan tot de voorgeschreven waarde aan de andere rand wordt getroffen (beeldspraak naar de ballistiek, waar men volgens zo’n procedure door variatie van bijvoorbeeld de invalshoek zich naar het doel tast)
lösen eines Randwertproblems durch Integration vom einen Rand zum anderen mit angenommenem Integrationsparameter und zielgerichtetes Variieren desselben, bis der vorgegebene Wert am anderen Rand „getroffen“ wird (bildhaft nach der Ballistik, wo man nach solchem Verfahren durch Variation etwa des Anstellwinkels sich an das Ziel herantastet)
oploeven- de boeg van een schip in de wind draaien
den Bug eines Schiffes in den Wind drehen