
stoten- met een gerichte en snelle beweging ergens met iets op treffen
mit einer gezielten und raschen Bewegung irgendwo (mit etwas) auftreffen
steken- iets door een korte en heftige gerichte beweging ergens laten binnendringen, het ergens indrijven
etwas mittels einer kurzen und heftigen zielgerichteten Bewegung irgendwo eindringen lassen, es irgendwo hineintreiben
doorstoten- iets vervaardigen doordat men iets in iets stoot
etwas fabrizieren, indem man etwas in etwas stößt^([1])
wegduwen- iets door een stoot naar een andere plaats bewegen
etwas durch einen Stoß zu einer anderen Stelle bewegen
zich stoten- onopzettelijk met een lichaamsdeel na een snelle beweging ergens op treffen zodat het pijn veroorzaakt
unabsichtlich mit einem Körperteil nach einer raschen Bewegung irgendwo auftreffen, so dass es Schmerzen verursacht
grenzen aan- aan iets grenzen
an etwas angrenzen
zich ergeren aan- zich aan iets storen, aan iets aanstoot nemen
sich an etwas stören, an etwas Anstoß nehmen
fijnstampen- iets tot iets fijnmaken
etwas zu etwas zerkleinern
schokken- onder voortdurende schokken vooruitkomen
unter stetigen Erschütterungen vorankommen
stotend- in stoten optreden
in Stößen auftreten
overvallen- iemand met grote hevigheid aangrijpen
jemanden mit großer Heftigkeit ergreifen
blazen- kort en krachtig op een instrument meestal de hoorn blazen
kurz und kräftig in ein Instrument (meist das Horn) blasen
duidelijk maken- iemand iets met uiterste duidelijkheid te verstaan geven
jemandem etwas mit äußerster Deutlichkeit zu verstehen geben
neuken- coïteren
koitieren
voortduwen- iets meestal fietsen vooruitduwen
etwas (häufig Fahrräder) schieben
aanduwen- iets meestal auto’s aanduwen
etwas (meistens Autos) anschieben
drukken- drukken
drücken
stampen- stampen
stampfen
poten- planten
pflanzen
wegsteken- iets met een heftige beweging ergens in steken
etwas mit heftiger Bewegung irgendwohin stecken
botsen- op iets of iemand treffen nadat men een snelle beweging heeft gemaakt
auf etwas oder jemanden auftreffen, nachdem man eine schnelle Bewegung gemacht hat
tegenkomen- iemand heel onverwachts treffen
jemanden ganz unerwartet treffen
stuiten op- heel onverhoeds iets ontdekken, te weten komen
ganz unverhofft etwas entdecken, herausfinden
zich aansluiten- zich bij iemand aansluiten
sich jemandem anschließen
uitkomen op- op iets uitlopen
auf etwas zuführen
neerduiken- zich in steil neerwaartse vlucht op een prooidier storten
sich im steil abwärts gerichteten Flug auf ein Beutetier stürzen