
verplaatsen- van een plek naar een andere bewegen
vor einer Stelle zu einer anderen bewegen
brengen- in een andere toestand brengen
in einen anderen Zustand bringen
overplaatsen- een persoon van de ene plek naar de andere bevelen
eine Person von einer Stelle in eine andere beordern
verpanden- als pand geven
zum Pfand geben
laten zitten- in de steek laten
im Stich lassen
repliceren- met nadruk antwoorden
mit Nachdruck antworten
vermengen- mengen, aanlengen
mischen, panschen
verknallen- een proefwerk met een slecht cijfer afsluiten
eine Klassenarbeit mit einer schlechten Note abschließen
bevorderen- met een succesvol jaarrapport naar de volgende hogere klas laten gaan
mit erfolgreichem Jahresabschlusszeugnis in die nächsthöhere Klasse lassen