
aanblaffen- in de richting van iets of iemand blaffen, tegen iemand of iets blaffende/keffende geluiden uiten
in Richtung von etwas oder jemandem bellen, gegen jemanden oder etwas bellende/kläffende Laute von sich geben
afblaffen- iemand met luide stem aanspreken; iemand bars, heftig uitvallen, iemand boos, onvriendelijk terechtwijzen
jemanden mit lauter Stimme ansprechen; jemanden barsch, heftig anfahren, jemanden wütend, unfreundlich zurechtweisen
opbellen- met iemand telefonisch in verbinding treden
mit jemandem telefonisch in Verbindung treten