
afhandelen- iets afmaken; tot een einde brengen; een werk doen dat nog openstaat
etwas fertig machen; zu Ende bringen; eine Arbeit tun, die noch aussteht
uitschakelen- tegen iemand zo optreden dat hij daardoor macht en invloed verliest of weerloos wordt
gegen jemanden so vorgehen, dass er dadurch Macht und Einfluss verliert oder wehrlos wird
omleggen- iemand ombrengen
jemanden umbringen
vervallen- geen voltooiing meer behoeven; zonder toedoen klaar komen
nicht mehr der Vollendung bedürfen; ohne Zutun fertig werden