
hoofd- bovenste respectievelijk voorste lichaamsdeel van een mens of dier
oberster beziehungsweise vorderster Körperteil eines Menschen oder Tieres
kopstuk- het hoogste lid van een organisatie
das oberste Mitglied einer Organisation
krop- groeivorm van groenteplanten zoals kool
Wuchsform von Gemüsepflanzen wie dem Kohl
kop- stomp uiteinde van spijkers, schroeven en naalden
stumpfes Ende von Nägeln, Schrauben, Nadeln
notenbol- rond deel van een noot in de muziek
runder Teil einer Note in der Musik
hamerkop- uiteinde van een werktuig zoals een hamer of moker
Ende eines Werkzeuges wie eines Hammers oder Schlägels
koptekst- bovenste, van de overige tekst gescheiden deel van een beschreven bladzijde
oberer, vom übrigen Text getrennter Teil einer beschriebenen Seite
kopzijde- die zijde van een munt die een afbeelding van een persoon toont
jene Seite einer Münze, die eine Abbildung einer Person zeigt
opzetstuk- onderdeel, apparaat, machineonderdeel dat kan worden opgezet
Bauteil, Gerät, Maschinenteil, das aufgesetzt werden kann
zeilkop- bovenste deel van een driehoekig zeil
oberster Teil eines dreieckigen Segels