
baas- mannelijke persoon met zeggenschap over ondergeschikt personeel, eigenaar, leidinggevende
(männliche^☆) Person mit Weisungsbefugnis über nachgeordnetes Personal, Inhaber, Vorgesetzter
leider- algemeen voor aanvoerder of hoofd van groepen ook als aanspreking
allgemein für Anführer oder Oberhaupt von Gruppen auch als Anrede