
aangeven- iemand iets geven
jemandem etwas geben
aanreiken- iemand iets toesteken
jemandem etwas entgegenstrecken
serveren- spijzen of dranken op tafel brengen; serveren
Speisen oder Getränke auf den Tisch bringen; servieren
reiken- zich uitstrekken
sich erstrecken
volstaan- in voldoende hoeveelheid, in voldoende omvang aanwezig zijn, vervuld zijn
in ausreichender Menge, genügendem Umfang vorhanden, erfüllt sein
verrijken- rijk worden/maken
reich werden/machen