Es tagte bereits, als wir uns auf den Heimweg machten.
Het daagde al toen we ons op de terugweg begaven.
„Die Männer wußten, daß sich von nun an die Sonne wieder zur nördlichen Seit der Erde kehren werde, und hofften, es möge bald tagen.“
„De mannen wisten dat de zon zich voortaan weer naar de noordelijke kant van de aarde zou keren, en hoopten dat het spoedig zou dagen.“