
tegenhouden- iemand/iets niet laten verdergaan/verder voortschrijden
jemanden/etwas nicht weitergehen/weiterfortschreiten lassen
openhouden- iets in open toestand houden
etwas im offenen Zustand halten
verblijven- zich op een plaats bevinden
sich an einem Ort befinden
blijven stilstaan bij- op een plaats/bij een bezigheid toeven
an einem Ort/bei einer Tätigkeit verweilen
ophouden- stoppen
aufhören
schelden op- smalend praten
schmähend reden