
inbreken- in een gebouw (respectievelijk bij iemand) binnendringen zonder daartoe bevoegd te zijn, vaak met geweld en vernieling van iets gepaard gaande
in ein Gebäude (beziehungsweise bei jemandem) eindringen ohne dazu befugt zu sein, oft mit Gewalt und Zerstörung von etwas verbunden
inzakken- de houvast op een oppervlak verliezen en zich vervolgens door dat oppervlak naar beneden bewegen
den Halt auf einer Oberfläche verlieren und sich dann durch diese Oberfläche nach unten bewegen
inrijden- een rijdier leren bereden te worden
einem Reittier beibringen, geritten zu werden
instorten- kapotgaan en naar beneden of naar binnen doorbreken
kaputtgehen und nach unten oder innen durchbrechen
terugvallen- wat prestaties betreft sterk achteruitgaan
von der Leistung her stark abbauen
invallen- beginnen van een bijzondere periode zonder licht, zonder warmte
beginnen eines besonderen Zeitabschnittes ohne Licht, ohne Wärme