
toevertrouwen- aan iemand een levend wezen of een zaak toevertrouwen
jemandem ein Lebewesen oder eine Sache anvertrauen
afstaan- voorlopig of duurzaam van iets afzien
auf etwas vorübergehend oder dauernd verzichten
overlaten- een handeling of beslissing door een ander laten verrichten
eine Handlung oder Entscheidung von einem anderen vornehmen lassen
loslaten- de dingen hun loop laten
den Dingen ihren Lauf lassen
overhouden- iets overig laten, niet alles verbruiken
etwas übrig lassen, nicht alles verbrauchen