
afbreken- door krachtinwerking een deel van het geheel scheiden, delen
durch Krafteinwirkung einen Teil vom Ganzen trennen, teilen
beëindigen- iets beëindigen, onderbreken
etwas beenden, unterbrechen
annuleren- proces annuleren
Prozess annullieren
slopen- een bouwwerk of schip afbreken, demonteren, ontmantelen
ein Bauwerk oder Schiff abreißen, demontieren, rückbauen
opbreken- tent, kamp beëindigen of afbouwen
Zelt, Lager beenden oder abbauen
losbreken- door krachtinwerking afgebroken worden
durch Krafteinwirkung abgetrennt werden
ophouden- ophouden, verstommen
aufhören, verstummen