
ophangen- aan een vast punt (door het eigen gewicht naar beneden bungelend) bevestigen
an einem festen Punkt (durch das Eigengewicht nach unten baumelnd) befestigen
opknopen- door ophanging doden
durch Erhängen töten
hangen- aan een vast punt [door het eigen gewicht] naar beneden bungelend bevestigd zijn
an einem festen Punkt [wegen des Eigengewichts] nach unten baumelnd befestigt sein
gehecht zijn- erg graag mogen, niet zonder de persoon/zaak willen
sehr gern haben, nicht auf die Person/Sache verzichten wollen
vastlopen- geen vooruitgang [meer] boeken, niet verder gaan
keine Fortschritte [mehr] machen, nicht weitergehen