
stijgen- omhoog gaan, zich naar boven bewegen
in die Höhe gehen, sich nach oben bewegen
klimmen- te voet (vaak met behulp van de handen) een hoogteverschil overwinnen
zu Fuß (oft mit Hilfe der Hände) einen Höhenunterschied überwinden
in- of uitstappen- een voertuig betreden of verlaten
ein Fahrzeug betreten oder verlassen
toenemen- een hogere waarde aannemen, een groter getal worden
einen höheren Wert annehmen, eine größere Zahl werden
intrappen- lopend met de voet- of schoenzolen iets (vaak onaangenaams) aanraken
gehend mit den Fuß- oder Schuhsohlen etwas (oft Unangenehmes) berühren